donderdag 13 september 2012

Tip basisfotografie: licht en contrasten


Het soort licht bepaalt voor een groot deel het resultaat van een foto. Als de zon schijnt krijgen de foto’s heldere kleuren en door de schaduwen dramatische contrasten. Contrasten zijn tegenstellingen van licht en schaduw; donkere partijen en lichte vlakken in het beeld. Als het een bewolkte dag is, zijn de kleuren veel zachter en is er nauwelijks schaduw.

In de ochtend is het licht kouder dan in de avond. In de avond is het licht warmer. Het oordeel van deze uren in de schemering is dat het licht laag staat en daardoor veel zachter is. Ook zijn er dan door de stand van de zon meer schaduwen die het beeld toch contrasten geven. Deze tijden worden daarom ook wel de gouden uren genoemd.

Met een reflectiescherm kun je het licht beïnvloeden. 
In de middag daarentegen staat de zon hoog aan de hemel. Dit geeft korte schaduwen en hard licht. Vooral in de tropen is dit heel opvallend. In Nederland hebben we vaak wolken voor de zon die het licht verspreiden en het beeld daardoor zachter maken. Verspreid licht zorgt ervoor dat we minder duidelijke schaduwpartijen hebben, wat voordelig is voor portretfotografie. Het nadeel van minder schaduwen is dat je dieptewerking verliest. Dat maakt het beeld soms platter en saaier. Weinig schaduwen geven een gezicht een zachte uitstralingen, schaduwen kunnen een foto diepte, of zelfs een dramatisch effect geven. Je kunt hier per onderwerp mee variëren.

We kunnen het bestaande licht in de foto beïnvloeden met een reflectiescherm. Zo’n scherm kan het licht terugkaatsen naar het onderwerp. Je hebt er alleen een paar extra handen voor nodig (of een statief). Je richt het scherm simpelweg op het onderwerp en door het reflecteren van het licht op het scherm verlicht je het onderwerp extra.

Anatomische les van Dr. Nicolaes Tulp
(1632) Rembrandt van Rijn. 
Eén van de manieren om de aandacht ergens op te vestigen is het onderwerp in de spotlights te zetten. Het is dan fel verlicht, terwijl de rest in de schaduw blijft. Dit heet in de kunst ook wel ‘clair-obscur’ (Frans voor licht en donker). Hoewel deze term ook in de fotografie gebruikt wordt om sterke licht-donker contrasten aan te duiden, is de term vooral bekend uit de schilder kunst. De schilder Caravaggio (1573-1610) maakte clair-obscur tot zijn handelsmerk. Rembrandt van Rijn (1606-1669) maakte ook gebruik van clair-obscur. Hij vestigde aandacht op hoofd en handen door ze te laten baden in licht. Dit leidde tot levendige scènes vol dramatiek.

Paula, gefotografeerd door Hendrik Kerstens.
Fotograaf Hendrik Kerstens (Den Haag, 1956) fotografeert zijn dochter Paula al 17 jaar. Daarbij verwijst hij met zijn clair-obscur composities naar de oude schilderkunst. 

Houd deze blog in de gaten voor een portret van deze fotograaf!

Dit artikel werd geplaatst door De Fotokunst Galerie

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen