Posts tonen met het label fotografie beginners. Alle posts tonen
Posts tonen met het label fotografie beginners. Alle posts tonen

woensdag 19 september 2012

Fotograaf uitgelicht: Hendrik Kerstens



Hendrik Kerstens fotografeert zijn dochter Paula al meer dan 17 jaar. Van alle portretten die Kerstens van zijn dochter maakt geeft hij een exemplaar aan haar en aan de collectie van de Universiteit Leiden. Deze portretten zijn in Nederland al te zien geweest in het Fotomuseum in Den Haag, maar inmiddels zijn de foto’s ook internationaal zeer geliefd.

Het is een hele bijzondere serie van portretfoto’s geworden. Steeds zien we Paula maar telkens als een ander. Mooi verstild, uitgelicht, klassiek en sober vastgelegd. Daarbij verwijst hij met zijn clair-obscur composities naar de oude schilderkunst. En ook zijn lichtgebruik, waardoor de materialen op een bijzondere manier zichtbaar worden, doet denken aan de schilderijen van Johannes Vermeer (1632-1675).

Het valt je pas na een poosje op dat er vaak iets wordt uitgehaald met het hoofdeksel. Plastic zakjes, Hema haarnetjes, rollen wc-papier vervlochten in het haar of zoals hier een linnen servet. Het is een grappige knipoog bij de ernst van de foto’s. 

Wil je de hele serie foto's zien? Kijk dan eens op de website van Hendrik Kerstens. Deze is hier te bezoeken. 

Dit artikel werd geplaatst door De Fotokunst Galerie, kunsthandel en platform voor exposities. 



donderdag 13 september 2012

Tip basisfotografie: licht en contrasten


Het soort licht bepaalt voor een groot deel het resultaat van een foto. Als de zon schijnt krijgen de foto’s heldere kleuren en door de schaduwen dramatische contrasten. Contrasten zijn tegenstellingen van licht en schaduw; donkere partijen en lichte vlakken in het beeld. Als het een bewolkte dag is, zijn de kleuren veel zachter en is er nauwelijks schaduw.

In de ochtend is het licht kouder dan in de avond. In de avond is het licht warmer. Het oordeel van deze uren in de schemering is dat het licht laag staat en daardoor veel zachter is. Ook zijn er dan door de stand van de zon meer schaduwen die het beeld toch contrasten geven. Deze tijden worden daarom ook wel de gouden uren genoemd.

Met een reflectiescherm kun je het licht beïnvloeden. 
In de middag daarentegen staat de zon hoog aan de hemel. Dit geeft korte schaduwen en hard licht. Vooral in de tropen is dit heel opvallend. In Nederland hebben we vaak wolken voor de zon die het licht verspreiden en het beeld daardoor zachter maken. Verspreid licht zorgt ervoor dat we minder duidelijke schaduwpartijen hebben, wat voordelig is voor portretfotografie. Het nadeel van minder schaduwen is dat je dieptewerking verliest. Dat maakt het beeld soms platter en saaier. Weinig schaduwen geven een gezicht een zachte uitstralingen, schaduwen kunnen een foto diepte, of zelfs een dramatisch effect geven. Je kunt hier per onderwerp mee variëren.

We kunnen het bestaande licht in de foto beïnvloeden met een reflectiescherm. Zo’n scherm kan het licht terugkaatsen naar het onderwerp. Je hebt er alleen een paar extra handen voor nodig (of een statief). Je richt het scherm simpelweg op het onderwerp en door het reflecteren van het licht op het scherm verlicht je het onderwerp extra.

Anatomische les van Dr. Nicolaes Tulp
(1632) Rembrandt van Rijn. 
Eén van de manieren om de aandacht ergens op te vestigen is het onderwerp in de spotlights te zetten. Het is dan fel verlicht, terwijl de rest in de schaduw blijft. Dit heet in de kunst ook wel ‘clair-obscur’ (Frans voor licht en donker). Hoewel deze term ook in de fotografie gebruikt wordt om sterke licht-donker contrasten aan te duiden, is de term vooral bekend uit de schilder kunst. De schilder Caravaggio (1573-1610) maakte clair-obscur tot zijn handelsmerk. Rembrandt van Rijn (1606-1669) maakte ook gebruik van clair-obscur. Hij vestigde aandacht op hoofd en handen door ze te laten baden in licht. Dit leidde tot levendige scènes vol dramatiek.

Paula, gefotografeerd door Hendrik Kerstens.
Fotograaf Hendrik Kerstens (Den Haag, 1956) fotografeert zijn dochter Paula al 17 jaar. Daarbij verwijst hij met zijn clair-obscur composities naar de oude schilderkunst. 

Houd deze blog in de gaten voor een portret van deze fotograaf!

Dit artikel werd geplaatst door De Fotokunst Galerie

maandag 3 september 2012

Tip basisfotografie: macrofotografie, hoe doe je dat?


Van 1 september tot en met 31 december exposeert Irene Lommers met de serie ‘Living Water’ in De Fotokunst Galerie. Prachtige macrofoto’s met als thema water.

Wil jij ook de wereld van de macrofotografie betreden? Lees dan onze tips!

Uit de serie 'Living Water' door Irene Lommers

Klein, eenvoudig en mooi is de essentie van macrofotografie.
Vaak zijn het close-ups van planten, bloemen, dieren en kleine insecten, die hun schoonheid en fijnheid laten zien.  

Maar macrofotografie is niet per definitie natuurfotografie. Alles wat je van dichtbij fotografeert kan onder de term macrofotografie vallen. Dit kan dus ook een sleutel zijn, een paperclip, of een close-up van een patroon.

Door in te zoomen op onthul je mooie patronen en texturen die je met het blote oog niet zo gemakkelijk opmerkt. Dankzij een macrofoto zie je ineens de zachtheid en teerheid van bloemen en de sprekende ogen aan stekelige tentakels van een insect. Met macrofotografie zoom je in op de wereld van kleine onderwerpen.

Speciale lens?
Er zijn lenzen beschikbaar die veel gebruikt worden voor macrofotografie, maar als je deze niet hebt, laat je dit niet weerhouden om aan macrofotografie te beginnen. De meeste camera’s hebben een macromodus. Deze modus zorgt vervolgens voor de vereiste instellingen.

Kijk om je heen
Een onderwerp voor macrofotografie is niet lastig te vinden. Ga eens de tuin in, daar wemelt het van de onderwerpen. Of trek een laatje open en zoom in op alledaagse kleine voorwerpen. De keuze aan onderwerpen is eindeloos. Wanneer je een levend onderwerp benadert, doe dit dat rustig. Dieren zijn zo weer verdwenen!

Kies je achtergrond
De aandacht moet uitgaan naar je onderwerp, niet naar de omgeving. Vaak is een rustige achtergrond daarom mooier. Hoewel bij macrofotografie de achtergrond altijd onscherp wordt, heb je vaak het mooiste effect wanneer de bestaande achtergrond rustig is. Een tip is om met bijna dichtgeknepen ogen naar je achtergrond te kijken. Dan krijg je al een aardig beeld. Soms kan een klein stapje opzij al een wereld van verschil uitmaken!

Uit de serie 'Living Water' door Irene Lommers

Diafragma en scherptediepte
Bij macrofotografie zit je zo dicht op je onderwerp dat je scherptediepte eigenlijk altijd heel klein is. Het is daarom nodig om een klein diafragma (hoog getal) te gebruiken. f/11 of hoger is vaak noodzakelijk om voldoende scherptediepte te krijgen. Anders is de scherptediepte zo klein dat je onderwerp al snel onvoldoende scherp is (of door een minimale beweging onscherp wordt).

Let bij het gebruik van zulke kleine diafragma's wel op je sluitertijd. Als je kiest voor de A of Av stand van je camera, zoekt de camera zelf de beste sluitertijd. Als de sluitertijd langer is, zul je met een statief moeten werken. Met stilstaande onderwerpen is dit geen probleem, zodra de onderwerpen beweeglijk zijn, is het wenselijk om een kortere sluitertijd te hanteren.

Flitsen
Ook het gebruik van een flitser kan helpen. Door de kleine diagfragma's heb je al snel een tekort aan licht. Waardoor het niet mogelijk is een korte sluitertijd te hanteren. Je kunt dit oplossen door te flitsen, daarmee creëer je extra scherptediepte. In de meeste gevallen is het flitslicht direct vanaf je camera niet ideaal; het maakt de foto plat. Door een stukje wit papier voor je flitser te plakken, kun je dit voorkomen. Je creëert zo diffuus licht. 

Met een eenvoudig kabeltje kun je een flitser ook los van je camera gebruiken en daarmee het licht van boven, of opzij laten komen. Dat levert vaak een mooier beeld op. Nadeel is dat je de flitser vaak vast moet houden, wat na een tijdje vermoeide armen op kan leveren. 

Een alternatief, dat ook vaak bij macrofotografie wordt gebruikt is een ringflitser. Deze wordt om de lens geplaatst en is daardoor iets gemakkelijker in gebruik. Nadeel kan zijn dat je de reflectie van de ringen duidelijk ziet in de ogen, in waterdruppels etc…

De belangrijkste tip is: DOEN!

Door veel te oefenen krijg je het vanzelf onder de knie. Laat je nu alvast inspireren door de foto’s van Irene Lommers. Dan krijg je zeker zin om zelf aan de slag te gaan!


Deze tips zijn afkomstig van De Fotokunst Galerie (www.fotokunstgalerie.nl)



donderdag 30 augustus 2012

Tip basisfotografie: betere zwart wit foto's maken


Kijk eens verder dan de kleuren die je om je heen ziet. Als je begint met zwart wit fotografie, zul je de schoonheid van de kleurloze wereld ontdekken.  In zwart-wit fotograferen vereist oefening. Je moet de wereld écht gaan zien zonder kleur: contrast en tonen moeten de belangrijkste reden zijn om een foto te maken.

Welke onderwerpen zijn geschikt voor zwart wit fotografie?
Zwart wit fotografie is niet geschikt voor alle onderwerpen. Onderwerpen die van zichzelf erg kleurrijk zijn, komen vaak niet goed uit de verf. Bijvoorbeeld een zonsondergang of kleurrijke dieren en bloemen. Die komen beter tot hun recht wanneer de kleuren behouden zijn.

Abstracte beelden (denk aan architectuurfoto’s), landschappen met een hoog contrast (bijvoorbeeld winterlandschappen) en portretten lenen zich juist goed voor zwart wit fotografie (door het weglaten van de kleur blijven karakter en persoonlijkheid over). Net als ‘oude’ beelden, verweerde bankjes, nostalgische onderwerpen.



In dit artikel staan een aantal handige tips voor mooie zwart wit foto’s.

Kleurenopname voor zwart wit foto’s:
Ook als je camera een zwart wit mogelijkheid heeft, heeft het de voorkeur om in kleur te fotograferen. De camera haalt namelijk meestal alleen de kleur weg, waardoor er een contrastloos beeld in grijstinten overblijft. Het beste is om ‘zwart wit’ te denken en de foto’s later op de computer met een fotobewerkingsprogramma om te zetten in zwart wit. Dan heb je zelf invloed op het contrast.

Kleuren en tinten:
In een kleurenfoto heb je kleuren, in een zwart wit foto heb je schaduwen en tonen . Als je kleur weghaalt wordt het menselijk oog gevoeliger voor lichtintensiteit. Zwart-wit fotografie gaat over het zwart, het wit en de lichttonen er tussenin. Het menselijk oog gaat voortdurend op zoek naar contrast, zo kunnen we fysieke elementen uit elkaar houden.
Bij een zwart-wit foto wordt dat dus ook belangrijker. Ga voor zwart-wit foto’s op zoek naar scènes met een hoog contrast. Met behulp van contrast kun je de kijker laten zien wat belangrijk is in een scène. Hele lichte of hele donkere contrasterende delen eisen de aandacht op. Contrast zorgt ook voor de nodige dramatiek en impact van de foto.


Het verschil tussen kleurenfotografie en zwart wit fotografie wordt duidelijk als je een rode bloem in het groene gras wilt fotograferen. In kleur springt de bloem er echt uit, een geweldig kleurcontrast tussen het rood van de bloem en het groene gras. In zwart wit worden rood en groen beide grijs, waardoor het hele effect wegvalt. Een oninteressante foto is het resultaat. Het contrast is dus vooral lichtcontrast: een lichte lucht en donkere bomen bijvoorbeeld.
Eenvoud:
Te veel ‘rommel’ leidt de aandacht af van het onderwerp. Eenvoud helpt om de belangstelling van de kijker te wekken en voegt elegantie toe aan de foto. Abstracte foto’s lenen zich vaak goed voor zwart wit fotografie.  Zwart wit fotografie is namelijk heel geschikt om de vorm en toon van het onderwerp te benadrukken. Met zwart/wit kun je vaak een heel krachtige foto maken van een onderwerp dat in kleur juist veel zwakker lijkt.

Lijnen:
Wees je bewust van de kracht van lijnen in je compositie. Ogen volgen van nature lijnen. Verticale lijnen stralen kracht uit. Horizontale lijnen juist balans. Diagonale trekken de ogen in een bepaalde kijkrichting en ronde lijnen benadrukken sensualiteit. Moderne architectuur leent zich erg goed voor zwart-wit fotografie, door haar opvallende lijnen.




Regel van derden:
We hebben hem al vaker genoemd: Deregel van derden. Deze regel helpt je om het onderwerp -op een van nature prettige plek- in het kader te plaatsen. Dit maakt de foto aantrekkelijker om naar te kijken.

Patronen:
Naast de verschillende lichttonen zullen ook patronen duidelijker naar voren komen. Zwart-wit fotografie is ideaal om texturen duidelijker naar voren te laten komen, er is geen kleur om subtiele texturen te verbloemen. 


Deze tips zijn geplaatst door De Fotokunst Galerie

woensdag 29 augustus 2012

Tip basisfotografie: gebruik maken van natuurlijk licht


Natuurlijke verlichting biedt veel mogelijkheden om prachtige foto's te maken. Waar zonsopgang en zonsondergang de beste tijden zijn om buiten te schieten (zie: gouden uur), kun je ook binnen, met een beetje hulp van natuurlijk licht de mooiste foto’s maken. Het enige wat je daarvoor nodig hebt is een raam! De kwaliteit van het licht dat door een raam naar binnen schijnt is vaak geweldig en het binnenvallende licht kan ook veel sfeer toevoegen aan foto’s die je binnenshuis maakt. Je kunt er van alles meedoen. Bijvoorbeeld een prachtig stilleven creëren, of mooie portretten schieten, zonder dat je daarvoor hoeft te beschikken over een speciale lamp. 


 

Zacht, diffuus licht
Een van de kenmerken van natuurlijk licht dat door het raam naar binnen valt is dat het zacht en diffuus  is- eigenlijk het beste soort licht voor portretten. Nou ja, niet altijd. Als het zonlicht te hard is, kun je het licht verspreiden (diffuus maken) door de jaloezieën of de gordijnen iets te sluiten. 
 
Zacht, diffuus licht is heel erg geschikt voor portretten, omdat het zorgt voor flatteuze foto’s voor de modellen. Oneffenheden in de huid vallen minder op en het licht zorgt voor een serene sfeer. 

Je kunt je creativiteit hierin krijt door dromerige beelden te creëren, met het bestaande licht. Je plaatst je model zo voor het raam, dat het binnenvallende licht het gezicht verlicht. Het model staat of zit dus met het gezicht naar het licht! Dit kan frontaal zijn, of van opzij. Eventuele storende schaduwen kun je simpel oplichten door het binnenvallende licht met een stuk wit papier, of een reflectiescherm  te reflecteren. Zo kun je de schaduwen invullen met licht.

 

Hard licht, harde schaduwen
Hard licht zorg ook voor harde schaduwen (hoger contrast) en brengt de textuur van de huid tot leven. Ben je op zoek naar een rauwere foto, of wil je (bijvoorbeeld bij een bejaarde) juist de rimpels heel duidelijk in beeld brengen, omdat je dit mooi vind, gebruik dan ook eens het felle zonlicht. Of gebruik de schaduwen van jaloezieën om een mooi lijnenspel op de omgeving of het gezicht te krijgen.



Hard, direct zonlicht, leent zich ook goed voor het creëren van boeiende silhouetten. Schiet daarvoor juist tegen het licht in voor creatieve shots (bijvoorbeeld van het profiel)  - geen details, alleen het overzicht en intrigerende vormen.

Veel plezier met fotograferen!

Dit artikel werd verzorgd door De Fotokunst Galerie 




zondag 26 augustus 2012

Tip basisfotografie: een portret hoeft niet altijd een gezicht te zijn

Bij portretten denk je al snel aan mooie foto's waarin gezichten centraal staan. Toch kun je mensen heel goed portretteren zonder het gezicht in beeld te nemen.

Een fotograaf die hier bij uitstek in geslaagd is, is Basil Pao. Twaalf jaar lang heeft Basil Pao op zijn reizen over de hele wereld zijn ontmoetingen met mensen vastgelegd in foto's van hun handen, die hun persoonlijkheid en vaak ook hun leven op fascinerende wijze weerspiegelen. Hij laat met zijn foto's zien dat handen vaak evenveel zeggen als gezichten over mensen, hun bezigheden en gemoedstoestand. 



Foto's uit de serie 'Hands' van Basil Pao (www.basilpao.com)

Er gaat een wereld voor je open, wanneer je mensen eens op een andere manier vastlegt. Zoom letterlijk eens in op één aspect uit hun leven en breng dit in kaart. De verschillende handen van Basil Pao zijn hier een voorbeeld van, maar ook de slaapkamers van James Molisson.

Veel plezier met fotograferen!

Deze tip werd mogelijk gemaakt door De Fotokunst Galerie

Geinteresseerd in het boek van Basil Pao? Het is o.a. te koop via www.bol.com


 

vrijdag 24 augustus 2012

Tip basisfotografie: Fotograferen bij regen

Er is dit weekend weer regen voorspeld. In Nederland heb je vaak te maken met nat weer. Een reden om niet te fotograferen? Nee hoor! Als je maar zorgvuldig met je apparatuur omgaat.

Hier een aantal korte tips:


Bescherm je camera tegen water. De goedkoopste manier is een plastic boodschappentas op je camera te leggen, zodat het grootste deel van de camera en de lens wordt afgedekt. Let er op dat deze tas niet te fel gekleurd is om reflecties te voorkomen. 
Om de regen uit de lens te houden kun je je zonnekap gebruiken. 
Richt je camera en lens, als je deze niet gebruikt, altijd naar beneden, om te voorkomen dat er regen op de lens komt. 
Je kunt een paraplu gebruiken, maar dat is vaak onhandig. Als je gebruik maakt van een statief heb je een hand vrij voor je paraplu. 
Belangrijk is om na gebruik de batterij en het geheugenkaartje uit de camera te halen, de lens te verwijderen (doe wel de cameradop op de camera zodat er geen stof binnen komt) en bij thuiskomst de camera uit de tas te halen. Dan kan de camera opdrogen. 

Deze tip is afkomstig van De Fotokunst Galerie

dinsdag 21 augustus 2012

Begrippenlijst basisfotografie

Aberratie
Wanneer een objectief geen perfect beeld geeft qua vorm en scherpte ondanks juiste instellening op het onderwerp, dan wordt dat aberratie genoemd. Aberraties komen tegenwoordig veel minder voor dan vroeger. De mate van vertekening hangt af van de kwaliteit van het objectief.

AE lock (AEL) Auto Exposure lock. De mogelijkheid om tijdelijk de belichtingswaarde, gemeten door het lichtmetingssysteem, vast te houden wanneer het zoekerbeeld verandert.Niet alle camera's beschikken over deze mogelijkheid.

AF Zie autofocus

Apochromatisch (APO) Licht bestaat uit verschillende kleuren. Iedere kleur wordt op zijn eigen manier gebroken als een lichtstraal door een lens valt. Bij teleobjectieven kan enige mate een onscherpte ontstaan als de kleuren door deze verschillende breking niet precies op hetzelfde punt op het negatief samen vallen. In een apochromatische lens wordt dit gecorrigeerd. Hierdoor ontstaat een scherper beeld.

ASA American Standards Association: een serie getallen die de lichtgevoeligheid van een film aangeven. Een stop meer gevoeligheid betekent een verdubbeling van het ASA getal. Het ASA systeem is inmiddels vervangen door het ISO systeem.

Asferisch Licht dat door het midden van een lens naar binnen valt wordt op een andere manier gebroken dan licht dat verder naar de zijkant van de lens binnenkomst. Hierdoor kan enige mate van onscherpte ontstaan. Asferische objectieven corrigeren dit verschijnsel. Hierdoor ontstaat een scherper beeld.

Autofocus Autofocus is een automatische scherpstelfunctie van het objectief. Een sensor in de camera registreert op welke afstand het te fotograferen object zich van de camera bevindt, waarna het objectief automatisch scherp wordt gesteld.

Beeldhoek Als wij recht vooruit kijken beslaat de beeldhoek die we overzien ongeveer 45o. Objectieven kunnen door hun optische constructie totaal andere beeldhoeken zichtbaar maken. Hierdoor kan er dus een grotere of kleinere hoek dan die 45o op de sensor worden geprojecteerd. De beeldhoek is ook afhankelijk van het standpunt van waaruit de foto wordt genomen.

Belichting We spreken van belichting wanneer de sensor aan licht wordt blootgesteld. 

Belichtingscompensatie Aanpassing van de belichting om een goed belichte foto te maken. Ook wel onder- of overbelichten genoemd. 

Bewegingsonscherpte Het begrip bewegingsonscherpte duidt op beweging van de camera of het gefotografeerde onderwerp tijdens het belichten van de sensor waardoor de foto onscherp lijkt. Hier kan bewust voor gekozen worden voor een creatief effect. Wil men echter geen bewegingsonscherpte in de foto, kiest men voor een korte sluitertijd. 

Bounce Indirect geflitst licht, meestal via een wit of lichtgekleurd plafond of muur. 

Bracketing Deze Engelse term verwijst naar een techniek waarbij je de kans op een goed belichte foto vergroot door één opname volgens de door de camera voorgestelde belichting te maken en daarna tenminste één met over- en tenminste één met onderbelichting. Op de meeste camera's kan men ook kiezen voor bracketing van kleurbalans en flitsen.

Brandpuntafstand De brandpuntsafstand is gekoppeld aan de beeldhoek. Bij een objectief van bijvoorbeeld 28mm is 28 de brandpuntsafstand en bij een 200mm objectief is dit 200. In de begintijd van het vervaardigen van objectieven, moesten fotografen genoegen nemen met een lens met een vast brandpuntsafstand. Uit die tijd stamt ook de definitie van de brandpuntsafstand. Brandpuntsafstand is de afstand in millimeters tussen het negatief (nu de sensor) en de voorste lens. 

Camerastandpunt Het begrip camerastandpunt verwijst naar de positie van de camera in relatie tot het onderwerp.

CCD
Dit is het foto-opnamesysteem in digitale camera's. Een CCD ziet eruit als een klein spiegeltje, zijn grootte varieert van enkele millemeters tot enkele centimeters. De compactcamera's bezitten vaak een klein CCD, de professionele camera's een groot CCD dat tegenwoordig dicht aanleunt tegen de 24x36mm (formaat van een filmrolletje). Het gebruik van een groter CCD heeft tot gevolg dat fouten in objectieven minder van invloed zijn op de gehele beeldkwaliteit van het en beeld. 

CMOS Complementary Metal Oxide Semiconductor. Dit is eveneens een foto-opnamesysteem gebruikt in digitale camera's. Echter deze is minder populair dan CCD.

Centrumgerichte meting Manier van lichtmeting door de camera waarbij de belichting wordt gebaseerd op de hoeveelheid gereflecteerd licht in en rond het midden van het beeld.

Compositie De compositie is een sleutelbegrip voor het maken van mooie foto's. Het verwijst naar hoe de diverse elementen in de foto zich verhouden tot elkaar en tot het beeldkader.

Contrast In de fotografie verwijst dit begrip naar verhoudingen tussen lichte en donkere elementen in de foto.

DDL Door de lens, zie TTL.

Diafragma Het diafragma duidt de maat aan van de opening in het objectief waar het licht doorheen valt. Diafragma waarden worden uitgedrukt in getallen die 'f-stops' worden genoemd. Een klein diafragma (kleine opening) heeft een groot getal (f/22 is bijvoorbeeld niet groter dan een speldenknop), terwijl een groot diafragma (grote opening) aangeduid wordt met een klein getal, bijv. f/2.8. De reeks waarden die je in kunt stellen is afhankelijk van het objectief dat op een camera in gemonteerd. Doordat het veranderen van de diafragmawaarde gevolgen heeft voor de hoeveelheid licht dat op de sensor valt, moet ook de sluitertijd aangepast worden om de sensor goed te belichten. Daarnaast heeft de keuze van de diafragmawaarde gevolgen voor de scherptediepte.

Diafragmaringen of -vlekken Lichte, hoekige vlekken die meestal diagonaal over een foto lopen. Ze worden veroorzaakt door schuin in de lens vallend zonlicht. Het gebruik van een zonnekap kan dit verschijnsel voorkomen.

Diffuus licht Egaal, gelijkmatig licht zonder harde schaduwen. Bij diffuus licht is het niet, of slechts moeilijk, te bepalen uit welke richting het licht komt. Mist is een extreme vorm van diffuus licht.

Diffusor op de flitser Een kapje op de reportageflitser om het flitslicht zachter (diffuser) te maken. 

Doortekening Delen van de foto die heel licht of juist heel donker zijn, maar waar toch nog structuur in te zien is. Bijvoorbeeld de schaduwkant van een boom waarin nog wel de structuur van de schors te zien is.

Draadontspanner Schakelaar die via een draad of draadloos met de camera verbonden wordt en waarmee je een foto kunt maken zonder de ontspanknop in te drukken. Dit wordt meestal gebruikt in combinatie met een statief om zo trillingen die worden veroorzaakt door het indrukken van de ontspanknop te voorkomen.

EV Engelse afkorting van 'exposure value'.

EXIF EXIF informatie is informatie die je camera aan je foto koppelt. De letters EXIF betekenen: Exchangeble Image File Format. Uitwisselbaar bestandsinformatie in eenvoudig Nederlands vertaald. Informatie in dit gedeelte van je foto verteld onder andere: met welk toestel is het gemaakt, op welke datum en tijdstip. Verder vertelt deze informatie je met welke belichting je hebt gewerkt, en wat de resolutie is. Ook overige technische zaken zoals sluitertijd, diafragma, kleurgebruik en alle andere technische zaken.

Fish-eye objectief Een fish-eye objectief is een super groothoekobjectief met een brandpuntafstand van 12 mm. of minder. Met een dergelijk objectief is een beeldhoek van meer dan 180o te bereiken.

Flitssynchronisatie De juiste sluitertijd die synchroniseert met de flitser. De sluiter moet namelijk volledig open zijn voordat de flitser af mag gaan. Is dat niet het geval, dan wordt een deel van de foto zwart. Bij de juiste flitssynchronisatietijd valt de lichtpuls van de flits precies op het moment dat het sluitergordijn geheel geopend is. Afhankelijk van de gebruikte camera zijn synchronisatiesnelheden mogelijk tot 1/250 sec. De flitser synchroniseert wel met langere sluitersnelheden zoals bijv. 1/15 sec., maar niet met kortere dan 1/250 sec.

F-getal Een schaal van getallen die de grootte van het diafragma aangeven, bijvoorbeeld f/2.8, f/4, f/5.6, f/8 etc. Een aantal stapjes van een diafragma getal naar een andere wordt ook wel stops genoemd. Het getal is afgeleid van de lensopening. Hoe groter het f-getal, hoe kleiner de opening en hoe minder licht er op de sensor valt.

Gereflecteerde lichtmeting Een lichtgevoelige cel in de camera bepaalt hoeveel licht er van het onderwerp naar de camera wordt gereflecteerd.

Groothoekobjectief Een groothoekobjectief verkleint altijd het onderwerp. De beeldhoek is groter dan bij standaardobjectieven, waardoor het mogelijk is meer in de foto op te nemen. Groothoekobjectieven worden vaak gebruikt bij het fotograferen in beperkte ruimtes.

Grijskaart Referentiekaart voor contrast en belichting met een lichtreflectie van 18%. 

Gulden snede Dit is de beroemde regel van de fotografie. Verdeel de zoeker in gedachten in: - drie delen horizontaal- drie delen verticaal Plaats het onderwerp - op één van de hoekpunten wanneer het klein is - op één van de lijnen wanneer het lang is Als een horizon zichtbaar is, leg 'm op één van de horizontale lijnen Er zijn fotografen die beweren dat in élke foto de regel van derden is terug te vinden. De boodschap van de regel is de volgende: "plaats je onderwerp niet dood in het midden van de foto." Als aanvulling hierop: "regels zijn er om gebroken te worden. Laat liever je gevoel en inbeeldingsvermogen de vrije loop dan je teveel aan te trekken van de gulden snede."

High-key foto Een foto met extreem lichte, heldere uitstraling. 

Histogram Dit is een grafische weergave van de helderheid van de afbeelding. Bij een juiste belichting zijn de verschillende helderheden evenwichtig over het histogram verdeeld. Dat is niet altijd het geval want je hebt ook foto's die bewust sterk naar licht (high-key) of naar donker (low-key) neigen.

Hot shoe Flitsschoen op de camera met contacten voor de overdracht van flitsgegevens. 

Indirect flitsen Een manier van flitsen waarbij de flitslamp niet direct op het onderwerp wordt gericht, maar op een reflecterend vlak, bijvoorbeeld een wit plafond, om zachter licht met minder zware schaduwen te krijgen. 

Invulflits Bij invulflits wordt gebruik gemaakt van een flitser bij daglicht om schaduwen op het onderwerp 'in te vullen' met extra licht.

ISO-waarde De ISO waarde is de mate van gevoeligheid voor licht op de sensor. Hoe hoger de ISO waarde, hoe lichtgevoeliger. Doorgaans wordt de ISO waarde op bijv. 100 gezet wanneer men beschikt over veel licht. In situaties waarbij er weinig licht voorhanden is, gebruikt men een ISO van bijv. 1600. De ISO waarde is vastgesteld overeenkomstig de normen van de International Standards Organization (ISO).

JPG In een sensor zijn er aparte pixels die elk de gegevens van 1 kleur bevatten, er zijn pixels voor rood, voor groen en voor blauw (RGB). Bij het opslaan in een JPG bestand worden die gecombineerd zodat 1 pixel de gegevens van alle kleuren bevat. Dit wordt ook wel comprimeren genoemd. JPG is de afkorting van Joint Photographic Experts Group.

Kelvin Eenheid van temperatuur, waarbij 0 Kelvin (K) het absolute nulpunt is. Deze maateenheid wordt gebruikt voor het aangeven van de kleurbalans van de diverse lichtbronnen zoals TL-verlichting, flitslicht, zonlicht, etc. 

Kleurbalans De nauwkeurigheid waarmee kleuren van een opname overeenkomen met de lichtbron.

Lichtsterk objectief Objectief met een grote maximale diafragmaopening (laag f-getal).

Low-key foto Foto's waarvan het grootste gedeelte uit donkere tinten bestaat.

Macro-objectief Een macro-objectief is speciaal ontworpen voor close-up fotografie. Het stelt de camera in staat onderwerpen op een zeer korte afstand van de camera scherp te stellen.

Matrix meting Manier van lichtmeting door de camera waarbij de belichting wordt gebaseerd op de hoeveelheid gereflecteerd licht van het gehele beeld.

Meetrekken Het tijdens de belichting met de camera volgen van een bewegend onderwerp. 

Objectief Ook wel lens genoemd. Het optisch stelsel waarmee een beeld op de sensor wordt geprojecteerd. 

Onderbelichting Kortere belichting dan door de lichtmeter aangegeven. 

Opvallend lichtmeting Voor deze manier van licht meten dien je te beschikken over een losse belichtingsmeter. Met deze belichtingsmeter bepaal je hoeveel licht er van de lichtbron (bijv. de zon) op het onderwerp valt. Hiervoor hou je de lichtmeter tussen het onderwerp en de lichtbron met de lichtgevoelige meetcel naar de lichtbron toegekeerd.

Overbelichting Langere belichting dan door de lichtmeter aangegeven. 

Parallax Het verschijnsel dat het beeld dat je door de zoeker van een compactcamera of meetzoekercamera ziet niet overeenkomt met het beeld dat op de foto komt. Dit verschijnsel doet zich vooral voor als het onderwerp zich dicht bij de camera (minder dan een meter) bevindt.

Perspectief Dit begrip verwijst naar de onderlinge formaatverhouding tussen elementen op de voor- en achtergrond. Bij gebruik van een teleobjectief lijken dingen dichter bij elkaar te staan. Bij een groothoekobjectief lijken zaken juist verder uit elkaar te staan.

Pixel Het woord pixel is afgeleidt van picture elements. Een pixel is een klein element van de opbouw van het beeld. In zijn algemeenheid geldt dat hoe meer pixels een foto bevat, hoe beter de kwaliteit van de foto is.

Polarisatiefilter Filter dat ongewenste reflecties elimineert en blauwe luchten blauwer en donkerder maakt. Het nadeel van polarisatiefilters is dat ze veel licht opslokken (één tot twee stops).

RAW Dit is een digitaal bestandsformaat waarbij de menging van de kleuren rood, groen en blauw van de foto-opname niet wordt gedaan. De drie afzonderlijke kleuren worden separaat opgeslagen. Het RAW formaat is daardoor veel groter dan JPG waarbij deze menging wel wordt gedaan. 

Richtgetal Het richtgetal van een flitser bepaald de lichtopbrengst en is gelijk aan het product van de afstand (van flitser tot onderwerp) en het benodigde werkdiafragma. Een richtgetal van 45 wil zeggen: bij vol vermogen is diafragma f45 nodig om op 1 meter afstand van het onderwerp een juist belichte opname te maken. Immers richtgetal = afstand x diafragma. Richtgetallen zijn altijd gedefinieerd bij 100 ISO. Als de lichtgevoeligheid verdubbelt, dan moet je het richtgetal met 1,4 (de vierkantswortel van 2) vermenigvuldigen. Als de lichtgevoeligheid halveert, dan moet het richtgetal vermenigvuldigd worden met 0,7 (de vierkantswortel van 0,5). Overigens geldt het richtgetal meestal voor een 50 mm lens. Bij het gebruik van een groothoek verkleint het richtgetal en bij het gebruik van een teleobjectief wordt het richtgetal hoger. De rekenregel hierbij is dat als de brandpuntsafstand verdubbelt, het richtgetal met factor 1,4 toeneemt. Omgekeerd is het zo dat als de brandpuntsafstand halveert, het richtgetal met factor 1,4 afneemt.

Ringflitser Een speciale ringvormige flitser, meestal gebruikt bij macro-fotografie en close-ups, soms ook voor portretten.

Ruis Bij gebruik van een hoge ISO waarde, bijvoorbeeld wanneer men fotografeert met 1600ISO of hoger, ontstaan er pixels met afwijkende kleuren. De foto's lijken een fletse kleur en korrelige structuur te krijgen. 

Scherptediepte De term scherptediepte verwijst naar het gebied waarbinnen alles, van voor- tot achtergrond, scherp is. Hoe kleiner de diafragma opening (aangeduid met een hoge f-waarde), hoe groter de scherptediepte. Hoe groter de diafragma opening (aangeduid met een lage f-waarde), hoe geringer de scherptediepte. Overigens is de scherptediepte achter het scherpstelvlak (het punt waarop je scherpstelt) groter dan de scherptediepte voor het scherpstelvlak. Bij een bepaalde scherptediepte zal ongeveer een derde van de scherpte voor het scherpstelvlak vallen en tweederde erachter.

Sensor Dit is een chip die uit miljoenen lichtgevoelige elementen bestaat die het invallende licht registreren. Er zijn twee soorten beeldchips: de CCD en de CMOS.

SLR
Zie spiegelreflexcamera.

Sluitertijd De sluitertijd is de duur van het belichten van de sensor. Een korte sluitertijd betekent dat de sluiter slechts kort open is (bijv. 1/2000 seconde). bij een lange sluitertijd (bijv. 1/30 seconde) is het omgekeerde het geval. Om een goed belichte foto te maken heeft men een bepaalde hoeveelheid licht nodig om de sensor te belichten. Een lange sluitertijd moet gecompenseerd worden door een kleiner diafragma en omgekeerd. Dit heeft gevolgen voor de scherptediepte en mogelijk bewegingsonscherpte.

Spiegelreflexcamera Met dit begrip (in het Engels SLR, Single Lens Reflex) worden camera's aangeduid die zijn uitgerust met een (verwisselbaar) objectief en een spiegel die bij het maken van een foto opklapt en waarbij de zoeker 'exact' het beeld laat zien dat door het objectief wordt waargenomen.

Spotmeting Bij spotmeting wordt alleen het licht in het midden van het beeld gemeten. Wat daarbuiten ligt, wordt dus niet meegenomen in de lichtmeting.

Standaardobjectief Een standaardobjectief heeft een beeldhoek die gelijk is aan die van het menselijke oog. De gebruikelijke brandpuntafstand is 50 mm.

Standpunt De plaats van de camera ten opzichte van het onderwerp. 

Stops Een stop is een verdubbeling of halvering van de lichtopbrengst. 1 stop meer licht betekent dus dat je lichtopbrengst is verdubbeld. 2 Stops meer licht betekent een verviervoudiging. (2x2). 2 Stops minder betekent dat het licht wordt gehalveerd en nógmaals gehalveerd, zodat je een kwart van de lichtopbrengst overhoudt (0.5 x 0.5). 

Synchronisatietijd De sluitertijd bij gebruik van de flitser. 

Tegenlicht Er is sprake van tegenlicht wanneer het onderwerp zich tussen de fotograaf en de belangrijkste lichtbron bevindt. Vanuit de positie van de fotograaf gezien bevindt de belangrijkste lichtbron zich dus achter het onderwerp. De foto wordt als het ware tegen het licht in genomen.

Teleobjectief Een teleobjectief vergroot altijd het onderwerp. De beeldhoek is kleiner dan bij een standaardobjectief.

Vignettering Donkere hoeken op een foto die ontstaan doordat de diameter van een filter of zonnekap te klein is voor de beeldhoek van de lens.

Zoomobjectief Een objectief waarbij de brandpuntafstand kan worden gewijzigd. Deze objectieven worden altijd met hun minimale en maximale brandpuntafstanden aangeduid. bijv. 28-80 mm.

Deze begrippenlijst is afkomstig van De Fotokunst Galerie