Posts tonen met het label tutorial fotografie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label tutorial fotografie. Alle posts tonen

donderdag 30 augustus 2012

Tip basisfotografie: betere zwart wit foto's maken


Kijk eens verder dan de kleuren die je om je heen ziet. Als je begint met zwart wit fotografie, zul je de schoonheid van de kleurloze wereld ontdekken.  In zwart-wit fotograferen vereist oefening. Je moet de wereld écht gaan zien zonder kleur: contrast en tonen moeten de belangrijkste reden zijn om een foto te maken.

Welke onderwerpen zijn geschikt voor zwart wit fotografie?
Zwart wit fotografie is niet geschikt voor alle onderwerpen. Onderwerpen die van zichzelf erg kleurrijk zijn, komen vaak niet goed uit de verf. Bijvoorbeeld een zonsondergang of kleurrijke dieren en bloemen. Die komen beter tot hun recht wanneer de kleuren behouden zijn.

Abstracte beelden (denk aan architectuurfoto’s), landschappen met een hoog contrast (bijvoorbeeld winterlandschappen) en portretten lenen zich juist goed voor zwart wit fotografie (door het weglaten van de kleur blijven karakter en persoonlijkheid over). Net als ‘oude’ beelden, verweerde bankjes, nostalgische onderwerpen.



In dit artikel staan een aantal handige tips voor mooie zwart wit foto’s.

Kleurenopname voor zwart wit foto’s:
Ook als je camera een zwart wit mogelijkheid heeft, heeft het de voorkeur om in kleur te fotograferen. De camera haalt namelijk meestal alleen de kleur weg, waardoor er een contrastloos beeld in grijstinten overblijft. Het beste is om ‘zwart wit’ te denken en de foto’s later op de computer met een fotobewerkingsprogramma om te zetten in zwart wit. Dan heb je zelf invloed op het contrast.

Kleuren en tinten:
In een kleurenfoto heb je kleuren, in een zwart wit foto heb je schaduwen en tonen . Als je kleur weghaalt wordt het menselijk oog gevoeliger voor lichtintensiteit. Zwart-wit fotografie gaat over het zwart, het wit en de lichttonen er tussenin. Het menselijk oog gaat voortdurend op zoek naar contrast, zo kunnen we fysieke elementen uit elkaar houden.
Bij een zwart-wit foto wordt dat dus ook belangrijker. Ga voor zwart-wit foto’s op zoek naar scènes met een hoog contrast. Met behulp van contrast kun je de kijker laten zien wat belangrijk is in een scène. Hele lichte of hele donkere contrasterende delen eisen de aandacht op. Contrast zorgt ook voor de nodige dramatiek en impact van de foto.


Het verschil tussen kleurenfotografie en zwart wit fotografie wordt duidelijk als je een rode bloem in het groene gras wilt fotograferen. In kleur springt de bloem er echt uit, een geweldig kleurcontrast tussen het rood van de bloem en het groene gras. In zwart wit worden rood en groen beide grijs, waardoor het hele effect wegvalt. Een oninteressante foto is het resultaat. Het contrast is dus vooral lichtcontrast: een lichte lucht en donkere bomen bijvoorbeeld.
Eenvoud:
Te veel ‘rommel’ leidt de aandacht af van het onderwerp. Eenvoud helpt om de belangstelling van de kijker te wekken en voegt elegantie toe aan de foto. Abstracte foto’s lenen zich vaak goed voor zwart wit fotografie.  Zwart wit fotografie is namelijk heel geschikt om de vorm en toon van het onderwerp te benadrukken. Met zwart/wit kun je vaak een heel krachtige foto maken van een onderwerp dat in kleur juist veel zwakker lijkt.

Lijnen:
Wees je bewust van de kracht van lijnen in je compositie. Ogen volgen van nature lijnen. Verticale lijnen stralen kracht uit. Horizontale lijnen juist balans. Diagonale trekken de ogen in een bepaalde kijkrichting en ronde lijnen benadrukken sensualiteit. Moderne architectuur leent zich erg goed voor zwart-wit fotografie, door haar opvallende lijnen.




Regel van derden:
We hebben hem al vaker genoemd: Deregel van derden. Deze regel helpt je om het onderwerp -op een van nature prettige plek- in het kader te plaatsen. Dit maakt de foto aantrekkelijker om naar te kijken.

Patronen:
Naast de verschillende lichttonen zullen ook patronen duidelijker naar voren komen. Zwart-wit fotografie is ideaal om texturen duidelijker naar voren te laten komen, er is geen kleur om subtiele texturen te verbloemen. 


Deze tips zijn geplaatst door De Fotokunst Galerie

woensdag 29 augustus 2012

Tip basisfotografie: gebruik maken van natuurlijk licht


Natuurlijke verlichting biedt veel mogelijkheden om prachtige foto's te maken. Waar zonsopgang en zonsondergang de beste tijden zijn om buiten te schieten (zie: gouden uur), kun je ook binnen, met een beetje hulp van natuurlijk licht de mooiste foto’s maken. Het enige wat je daarvoor nodig hebt is een raam! De kwaliteit van het licht dat door een raam naar binnen schijnt is vaak geweldig en het binnenvallende licht kan ook veel sfeer toevoegen aan foto’s die je binnenshuis maakt. Je kunt er van alles meedoen. Bijvoorbeeld een prachtig stilleven creëren, of mooie portretten schieten, zonder dat je daarvoor hoeft te beschikken over een speciale lamp. 


 

Zacht, diffuus licht
Een van de kenmerken van natuurlijk licht dat door het raam naar binnen valt is dat het zacht en diffuus  is- eigenlijk het beste soort licht voor portretten. Nou ja, niet altijd. Als het zonlicht te hard is, kun je het licht verspreiden (diffuus maken) door de jaloezieën of de gordijnen iets te sluiten. 
 
Zacht, diffuus licht is heel erg geschikt voor portretten, omdat het zorgt voor flatteuze foto’s voor de modellen. Oneffenheden in de huid vallen minder op en het licht zorgt voor een serene sfeer. 

Je kunt je creativiteit hierin krijt door dromerige beelden te creëren, met het bestaande licht. Je plaatst je model zo voor het raam, dat het binnenvallende licht het gezicht verlicht. Het model staat of zit dus met het gezicht naar het licht! Dit kan frontaal zijn, of van opzij. Eventuele storende schaduwen kun je simpel oplichten door het binnenvallende licht met een stuk wit papier, of een reflectiescherm  te reflecteren. Zo kun je de schaduwen invullen met licht.

 

Hard licht, harde schaduwen
Hard licht zorg ook voor harde schaduwen (hoger contrast) en brengt de textuur van de huid tot leven. Ben je op zoek naar een rauwere foto, of wil je (bijvoorbeeld bij een bejaarde) juist de rimpels heel duidelijk in beeld brengen, omdat je dit mooi vind, gebruik dan ook eens het felle zonlicht. Of gebruik de schaduwen van jaloezieën om een mooi lijnenspel op de omgeving of het gezicht te krijgen.



Hard, direct zonlicht, leent zich ook goed voor het creëren van boeiende silhouetten. Schiet daarvoor juist tegen het licht in voor creatieve shots (bijvoorbeeld van het profiel)  - geen details, alleen het overzicht en intrigerende vormen.

Veel plezier met fotograferen!

Dit artikel werd verzorgd door De Fotokunst Galerie 




vrijdag 17 augustus 2012

Tips basisfotografie: betere portretten maken


Vind je het leuk om mensen te portretteren, maar denk je dat je meer uit je foto’s zou moeten kunnen halen?

In dit artikel volgen een aantal tips om betere portretfoto’s te maken.

Leer de basis
Als je mensen goed tot hun recht wilt laten komen op foto’s, is het eerst belangrijk om je camera goed onder de knie te hebben en de basis van het fotograferen te beheersen.  Je moet weten hoe je camera werkt, om de juiste belichting te bepalen. Je moet weten hoe je de sluitertijd, de f/stops (diafragma) en de ISO-waarden instelt om te komen tot het gewenste resultaat. Door er een keer echt goed voor te gaan zitten en te oefenen, krijg je beter inzicht in het fotograferen, waarmee je grote sprongen voorwaarts maakt, óok bij het fotograferen van portretten.  

Compositie
Veel mensen zetten hun onderwerp precies in het midden van de foto. Deze symmetrie zorgt echter wel vaak voor een ‘saaie’ foto. Probeer eens om de persoon die je wilt portretteren niet in het midden van je uitsnede te zetten.

Een goede tip is om vertrouwd te raken met de regel van derden.  We hebben er al eerder over geschreven. Stel je eens een 3 × 3 vlakverdeling voor die je denkbeeldig over de foto legt. Wat je moet doen is het onderwerp op de kruising van twee van deze lijnen plaatsen. Dit houdt het onderwerp uit het midden van de foto en maakt het beeld dynamischer. Mocht je nog niet eerder met de regel van derden werken, begin er dan alsnog mee. Je zult echt versteld staan hoeveel beter je portret foto’s (maar ook algemene foto’s) eruit komen te zien. In de voorbeeldfoto is het kader aangesneden, dus niet het hele voorhoofd is te zien. Ook dit is een manier om te voorkomen dat de foto statisch wordt. Dit is echter geen wet, dus wil je toch liever het hele hoofd in beeld? Alles mag.

Het helpt als je de ogen plaatst op het snijpunt van een van de rasterlijnen.

Regel van derden toepassen in portretfotografie. Credits: Dee’lite


Kies eens een andere hoek
Vaak worden portretfoto’s netjes recht van voren geschoten. Verander voor een andere foto eens van invalshoek. Neem hem eens wat meer van boven, of ga juist eens iets lager zitten. De verandering in perspectief kan verrassende foto’s opleveren. Maar let wel op dat de foto nog steeds flatteus is voor het model. Een te lage foto kan onderkinnen geven, een te hoge foto brengt het hoofd te groot in beeld in relatie tot het lichaam.

Kies eens een andere hoek. Credits: Anne Aerts

Uitsnede
Om te voorkomen dat een persoon ‘verloren’ gaat in de achtergrond, kun je kiezen voor een krappe uitsnede, dit betekent: lekker dicht op het onderwerp. Als het onderwerp een groot deel van het beeld vult, is het effect van het portret vaak groter.

Kies een groot diafragma (klein getal)
Bij portretfoto’s wil je dat je onderwerp (het gezicht) als het ware los komt van de achtergrond.  Het is dan mooi als de achtergrond niet teveel details bevat, maar juist een beetje vervaagd wordt. Heel simpel: je kiest voor een grote diafragma-opening (let op: dit is een klein getal! Een F waarde van F/2.8-F/4lens).

Let op de zon
Let er bij het fotograferen buiten op dat het gezicht van je model niet richting de zon staat, anders loop je het risico dat hij/zij met samengeknepen ogen op de foto staat. Hard licht zorgt ook voor donkere schaduwen. Schaduwen versterken rimpels en kunnen delen van het gezicht ongewenst donker maken. Probeer hard licht zoveel mogelijk te vermijden, maar als je toch op zonnige dagen fotografeert, let er dan op. Laat het gezicht bijvoorbeeld iets draaien, of zoek iets meer schaduw op.

Je kunt ook wachten op een bewolkte dag. Het licht is dan diffuus, de wolken fungeren als een soort softbox. Ze verspreiden en verzachten het zonlicht en geven een egaal resultaat. Je hebt hierdoor minder kans op lichtvlekken op gezicht en huid en minder last van donkere schaduwen.
Als algemene is het beste natuurlijke licht te vinden is in de uren na zonsopkomst en voor zonsondergang. Gedurende deze tijd lijkt het licht bijna goud. Het wordt daarom ook wel het ‘gouden uur’ genoemd. Gebruik dit in je voordeel.

Flitsen
Als harde verlichting onvermijdelijk is, is het tijd om te flitsen. Veel fotografen verwaarlozen het gebruik van flitsers op zonnige dagen. Deze flits verzacht echter (harde) schaduwen in je portret en produceert een veel aangenamer resultaat. Het gebruik van de flitser in combinatie met (hard) daglicht  wordt een invulflits genoemd. De flitser die standaard op de meeste digitale camera’s zit is voldoende om een klein positief effect te hebben op je portret fotografie. Het gebruik van een krachtige, externe flitser biedt nog veel meer mogelijkheden.

Flitslicht is het enige licht waarop jezelf invloed kunt uitoefenen bij het maken van portretten in de buitenlucht. Doe er je voordeel mee!


Deze tips zijn afkomstig van De Fotokunst Galerie

woensdag 15 augustus 2012

Tip basisfotografie: de juiste witbalans


Soms vertonen foto’s in meer of mindere mate een kleurafwijking. De kleuren zijn dan bijvoorbeeld te blauw of te rood. Dit heeft te maken met de witbalans. De hele dag door verandert het licht. Licht bestaat uit alle kleuren en gedurende de dag verandert de kleurtemperatuur. Wij nemen dit met het blote oog nauwelijks waar, omdat onze ogen zich aanpassen aan veranderingen in het licht.  Maar voor digitale camera’s is het hard werken om een foto te maken die natuurlijk overkomt.

De meeste camera’s hebben een automatische witbalans functie. Deze functie bepaalt automatisch welke kleurtemperatuur een onderwerp heeft en past hierop de kleuren aan. Voor normale daglichtsituaties is deze automatische witbalans meestal wel goed. Maar in andere situaties, zoals binnen bij gloeilamplicht, wordt het vaak lastig. De kleuren op je foto komen dan vaak niet overeen met de kleuren zoals je die hebt waargenomen.

Als je begrijpt hoe de witbalans werkt, kun je steeds gemakkelijker foto’s maken die de kleuren accuraat weergeven. Hieronder geven we een aantal mogelijkheden, van beginnend, tot wat meer gevorderd.

Menu voorinstellingen
Voorinstellingen witbalans
Bijna iedere spiegelreflexcamera heeft voorinstellingen om een witbalans te maken.

Je kunt kiezen voor de ‘Automatische witbalans’, in de meeste situaties met daglicht zal deze prima werken. Toch kun je soms beter een voorinstelling kiezen die iets specifieker is afgestemd op jouw omstandigheden.

Dit zijn de meest voorkomende voorinstellingen:

  • Gloeilamplicht/ kunstlicht -Voor foto's bij licht van een (gloei)lamp binnenshuis.  De Auto-stand zal hier met te warme, bijna oranje foto's komen. 
  • Fluorescerend/TL lichtVoor foto's bij TL-licht, zoals in ziekenhuizen en kantoren.
  • Daglicht/ direct zonlicht - Voor de meeste daglicht situaties en onderwerpen in direct zonlicht.
  • Flitser - Voor onderwerpen met gebruik van ingebouwde of externe flitser. Deze voorstelling compenseert het ietwat koele licht wat uit de flitser komt. 
  • Bewolkt - Voor foto's bij daglicht met bewolkte hemel.
  • Schaduw - Voor foto's bij daglicht, maar in de schaduw.  De Auto-stand maakt de foto's een beetje koel in de schaduw, daarom kunt je dan beter deze instelling gebruiken. 

Naast de voorinstellingen kun je ook op andere manieren je witbalans perfectioneren. Je kunt gebruik maken van een grijskaart, of werken volgens de kleurtemperatuur methode (Zelf Kelvin waarde kiezen). Deze opties zorgen vaak voor de meest accurate witbalans.

Witbalans met een grijskaart
Eén manier is om te kiezen voor de optie ‘custom’ of ‘pre-set’ (verschilt per camera). Hierbij gebruik je een grijs of wit object, of een referentiefoto, om de witbalans te meten. Het gemakkelijkst én het meest accuraat is het gebruik van een grijskaart. Je hebt er wel even tijd voor nodig. Voor een fotoshoot is dit prima, maar in spontane situaties, waarbij je snel moet kunnen schakelen en waarbij het licht snel verandert, kun je beter kiezen voor een voorinstelling of de kleurtemperatuurmethode.

Hoe werkt de grijskaart?
Een 18% grijskaart reflecteert 18% van alle kleuren licht die erop vallen. Deze grijskaart wordt als het gemiddelde (neutrale tint) gezien. Indien we een puur wit oppervlakte nemen dan zal deze opname eruit komen te zien als een 18% grijskaart. Hetzelfde zal gebeuren met een "zuiver" zwart oppervlakte. Deze wordt ook grijs.

Dit is de reden waarom witte sneeuw, grijs wordt en waarom nachtopnames blauw worden. De camera zal proberen de opname te belichten alsof het gemiddeld grijs is. Dit geeft ook aan hoe moeilijk het is om de belichting juist in te stellen. De camera weet niet welke scene wordt gefotografeerd.

De grijskaart helpt om dit probleem te corrigeren. Door de grijskaart onder dezelfde lichtomstandigheden als de rest van de foto’s in te stellen als witbalans, weet de camera precies in hoeverre de navolgende foto's gecorrigeerd moeten worden.


Grijskaart
Je stelt de witbalans met de grijskaart in door je camera op custum of pre-set te zetten en een beeldvullende  foto te maken van de grijskaart. Deze opname (Nikon geeft aan: Good of No Good) kun je dan instellen als witbalans op je camera. Kijk in het boekje van je camera na hoe het bij jouw toestel precies werkt.

Let op: Je moet eerst zorgen voor een goede lichtmeting! Zorg ervoor dat de foto niet over of onderbelicht is. Kies dus eerst diafragma, sluitertijd en ISO waarde. Als de belichting goed is, stel je de witbalans in met de grijskaart. Houd de grijskaart op een plek waar deze hetzelfde licht vangt als het onderwerp dat je wilt fotograferen. Daarna verwijder je de kaart en je neemt de foto.

Kleurtemperatuur  kiezen
Een derde methode, naast de voorinstellingen en de grijskaart, is het instellen van de witbalans door zelf de kleurtemperatuur te kiezen. Dit doe je door op je WB (whitebalance) knop te drukken en aan je wieltje te draaien tot de optie K. K staat voor Kelvin. Dit is de maat waarin de kleurtemperatuur wordt uitgedrukt. De tabel hieronder geeft een overzicht van verschillende kleurtemperaturen, die je met het blote oog niet waarneemt. De kleurtemperatuur wordt meestal uitgedrukt in Kelvin. Zo heeft een zonsopkomst een kleurtemperatuur van 2000 Kelvin(zie temperatuurbalk). Daglichtfoto’s maak je meestal met een kleurtemperatuur rond 5000-5500 Kelvin. Lamplicht heeft een temperatuur rond 3200 Kelvin.

Kelvin waardes

Je kunt zelf de gewenste kleurtemperatuur kiezen. Let op, deze waarden zijn niet exact, maar ongeveer. Soms zul je even moeten spelen om de juiste waarde te kiezen. Waarschijnlijk zul je merken dat je steeds vaker instinctief de juiste kleurtemperatuur kiest.


Deze tip is afkomstig van De Fotokunst Galerie. 

maandag 13 augustus 2012

Tip basisfotografie: Sluitertijd kiezen


Eerder heb je kunnen lezen over de invloed van de ISO waarde op de kwaliteit van je foto en over het gebruik maken van het diafragma om betere foto’s te maken. Dit artikel behandelt een derde, belangrijke factor voor een goede foto: de sluitertijd.

Wat is dat nu precies, de sluitertijd? De sluitertijd is de tijd dat er licht schijnt op de sensor van je camera. Hoe langer de sluitertijd is, hoe meer licht er op de sensor valt, hoe lichter de foto.


Sluitertijd begrijpen

De sluitertijden reeks wordt op de camera meestal weergegeven met:

B, 1,2, 4, 8, 15, 30, 60, 125, 250, 500, 1000 en eventueel 2000, 4000 en 8000.

De cijfers staan voor de tijd dat de 'sluiter' openstaat en dan gelezen in een breuk. Dus 1/1e of 1/8000e seconde. Duidelijk is dat de eerste veel licht binnen laat (1 hele seconde lang) en de laatste weinig. Twee opeenvolgende getallen geven steeds een halvering van de hoeveelheid licht dat op de sensor valt weer. 1/2e seconde is de helft van 1/1e seconde. Het verschil tussen de cijferaanduidingen noemen we ‘stops’. Het verschil tussen 1 en 2 is dus 1 stop en tussen 1 en 4 is twee stops.



ISO, diafragma of sluitertijd?

In het artikel over ISO waarden bespraken we hoe je met een hogere ISO waarde kunt zorgen voor een grotere lichtgevoeligheid, waardoor je bij slechte lichtomstandigheden toch kunt fotograferen. In het artikel over diafragma werd uitgelegd dat het diafragma de opening in de lens is waardoor licht naar binnen komt. Deze opening kun je groter of kleiner maken. Met een groter diafragma (kleine F-waarde!) laat de lens meer licht toe en kun je met minder omgevingslicht, toch een juiste foto maken. Het diafragma en de sluitertijd zijn nauw met elkaar verbonden. Als het diafragma meer licht doorlaat, kun je met een kortere sluitertijd de juiste hoeveelheid licht binnen krijgen. Het nadeel hiervan is dat hoe verder je het diafragma opendraait, hoe kleiner het scherpe gedeelte op de foto is. Daarom biedt dit niet altijd een oplossing. Soms heb je langere sluitertijden nodig.  

Afhankelijk van de hoeveelheid omgevingslicht kun je een kortere of langere sluitertijd kiezen. Buiten, waar er voldoende daglicht is, kies je meestal een korte sluitertijd. Met een langere sluitertijd zou de foto overbelicht worden. Binnen, waar minder licht is, zal je eerder behoefte hebben aan een langere sluitertijd, om toch een goed belichte foto te krijgen.


Voorbeeld van een korte sluitertijd om scherp snelle beweging vast te kunnen leggen.


Een lange sluitertijd heeft nadelen en voordelen. Een belangrijk nadeel van het kiezen voor langere sluitertijden bij weinig omgevingslicht is de bewegingsonscherpte. Hoe langer de sluitertijd is, hoe langer de camera licht doorlaat. Iedere beweging die tijdens deze belichting wordt gemaakt leidt tot beweging en onscherp beeld. Dat is dus ook de beweging die de fotograaf (per ongeluk) maakt met zijn camera.

De enige mogelijkheid om onscherpte te voorkomen is het gebruik van een statief. Bij bewegende objecten helpt dit niet, deze kunnen alleen scherp gefotografeerd worden met korte sluitertijden (en voldoende licht!).



Creatief met sluitertijden

Soms is het juist wél leuk om artistiek gebruik te maken van de bewegingsonscherpte bij lange sluitertijden. Zet maar eens een statief neer op een druk kruispunt en neem met lange sluitertijd een foto van het langsrijdend verkeer. Door gebruik van het statief zijn staan gebouwen, verkeerslichten etc. haarscherp op de foto, terwijl er beweging zit in het verkeer. Dit geeft een dynamische foto. Hetzelfde geldt voor het fotograferen van bewegend water, bijvoorbeeld in een waterval. Je ziet dan geen scherpe waterdruppeltjes, maar kunt wel de woestheid van de stroming weergeven. Als er overdag voldoende licht is en een lange sluitertijd de foto overbelicht zou maken, kun je een grijsfilter (ND filter) gebruiken. Hiermee kun je de hoeveelheid licht die de lens binnenkomt verminderen.





Hoe beïnvloed ik de sluitertijd?
Op de meeste camera’s kun je kiezen voor voorkeuzeprogramma’s. Als je de sluitertijd als uitgangspunt nemen kies je op je keuzewieltje de S (Shutterspeed) of Tv stand. Je kiest nu de sluitertijd die jij wilt en de camera kiest hierbij automatisch een geschikt diafragma.

Als je toch liever het diafragma eerst bepaalt kies je voor de A (Aperture) of Av stand. De camera kiest dan de kortst mogelijke sluitertijd.

De meer gevorderde fotograaf kiest voor de M (Manueel) stand. In de manueel stand kun je zowel diafragma als sluitertijd handmatig bepalen. Over het algemeen zul je een zo kort mogelijke sluitertijd proberen te kiezen voor scherpere foto’s bij het door jou gekozen diafragma. Eventueel schroef je de ISO waarde iets op voor een grotere lichtgevoeligheid.

Door te spelen met verschillende sluitertijden kun je creatieve foto’s maken! Filters en Flitsers kunnen je hierbij helpen.

Deze tip is afkomstig van De Fotokunst Galerie

woensdag 8 augustus 2012

Tip fotografie: ISO waarde


 Bij het maken van een goede foto zijn er altijd een paar factoren waar je op moet letten. Vaak maak je eerst een creatieve keuze. Wil je een foto maken met een hoge, of een kleine scherptediepte?

Een foto met een kleine scherptediepte (zowel voor als achtergrond scherp), heeft minder licht nodig. Je schiet dan met een kleine diafragma-opening (groot getal). Als je een foto wilt met een grote scherptediepte (alleen één bepaald element scherp en de rest onscherp), heb je meer licht nodig. Je kiest dan voor een grote diafragma opening (laag getal). Dit geldt ook wanneer je een korte sluitertijd hebt omdat je een snel bewegend onderwerp wilt fotograferen.

Of je voldoende licht hebt om je foto te laten slagen hangt af van het ISO getal. Hoe werkt dat nu precies?

Toen we allemaal nog analoog fotografeerden, konden we kiezen uit verschillende filmpjes om mee te fotograferen. Ieder filmpje had zijn eigen gevoeligheid. Deze werd uitgedrukt met de ASA waarde. Hoe hoger de ASA waarde, hoe minder licht er nodig was voor een goede foto.

Met ISO werkt het precies zo. Iedere keer dat het ISO getal verdubbeld wordt is er half zoveel licht nodig. Met 400 ISO is er half zoveel licht nodig als met 200 ISO.

Bij weinig licht kun je dus de ISO waarde verhogen, om toch een geslaagde foto te maken.  Het nadeel is wel dat hoe hoger de ISO waarde, hoe meer ruis en onscherpte dit met zich meebrengt. De detailscherpte zal hierbij niet significant aangetast worden, maar bij uitvergroting levert een foto met hoge ISO-waarde fletse kleuren.  

Voorbeeld lage en hoge ISO. Bron foto


Hoe lager je ISO, hoe scherper en mooier je foto is. Dit geniet vaak de voorkeur, tenzij je de ruis juist gebruikt als artistiek effect, of de sfeer verloren gaat door het gebruik van een flitser. De hoogste ISO stand van de meeste camera's geeft vaak behoorlijk wat ruis, dus probeer waar mogelijk altijd één of meerdere standen lager te kiezen.
Een alternatief voor een hoge ISO waarde is een langere sluitertijd, door gebruik te maken van een statief. Bij stillevens en landschappen is dit een prima keuze, bij beweging in het beeld en portretten wordt dit vaak lastig. 

Nog één keer op een rijtje:
Bij veel licht kies je een lage ISO waarde, denk aan 100 of 200 ISO.
Bij weinig licht kies je een hogere ISO waarde, er rekening mee houdend dat er veel meer ruis op de foto aanwezig is door de hoge ISO waarde, denk aan 800 of 1600 ISO.

Deze tip komt van De Fotokunst Galerie

dinsdag 7 augustus 2012

Tip fotografie: gouden uur


Misschien heb je er al eens van gehoord: het gouden uur.

Als je met fotograferen nog geen gebruik maakt van het gouden uur, is deze tip waarschijnlijk de moeite waard! Met één simpele wijsheid, snel betere foto's maken.

Twee keer per dag is er sprake van een 'Gouden Uur': dit is het eerste en laatste uur van de dag dat de zon schijnt. Het zonlicht heeft tijdens deze uren een speciale kwaliteit en levert hierdoor de mooiste foto’s op (zoals dramatisch rode luchten, gouden heuvels en langgerekte schaduwen). Als je landschappen fotografeert geeft levert de lage stand van de zon mooie lange schaduwen op, die het landschap veel meer karakter geven. Leuk om op deze tijden eens op 'jacht' te gaan naar een mooie foto. 

Natuurlijk heb je het niet altijd voor het kiezen. Soms ben je nu eenmaal tijdens het middaguur op een mooie plek. Je zult zien dat, omdat de zon op z'n hoogst staat, foto's dan veel minder sfeer hebben. Dit komt doordat het licht hard is en vlak, omdat het recht van boven schijnt. 

Maar wanneer is dat nu precies, dat eerste en laatste uur? Dit verschilt natuurlijk per plek en dag. 

De website Golden Hour helpt je te berekenen hoe laat het gouden uur valt. Handig om even naar te kijken voor je naar je vakantiebestemming gaat. 


Deze tip is geschreven door De Fotokunst Galerie

vrijdag 3 augustus 2012

Aan wat voor handleiding heb jij behoefte?

Deze Kunst & Fotografie blog van De Fotokunst Galerie wil jou helpen om een betere fotograaf te worden. Daarom worden op deze blog korte, begrijpelijke handleidingen (tutorials) geplaatst om je techniek en vaardigheden te verbeteren.

We willen graag van jou weten aan wat voor handleiding jij behoefte hebt! Zo houden we de blog actueel en relevant. We willen graag aansluiten bij vragen uit de praktijk. 

Reageer en bepaal mee!