vrijdag 17 augustus 2012

Tips basisfotografie: betere portretten maken


Vind je het leuk om mensen te portretteren, maar denk je dat je meer uit je foto’s zou moeten kunnen halen?

In dit artikel volgen een aantal tips om betere portretfoto’s te maken.

Leer de basis
Als je mensen goed tot hun recht wilt laten komen op foto’s, is het eerst belangrijk om je camera goed onder de knie te hebben en de basis van het fotograferen te beheersen.  Je moet weten hoe je camera werkt, om de juiste belichting te bepalen. Je moet weten hoe je de sluitertijd, de f/stops (diafragma) en de ISO-waarden instelt om te komen tot het gewenste resultaat. Door er een keer echt goed voor te gaan zitten en te oefenen, krijg je beter inzicht in het fotograferen, waarmee je grote sprongen voorwaarts maakt, óok bij het fotograferen van portretten.  

Compositie
Veel mensen zetten hun onderwerp precies in het midden van de foto. Deze symmetrie zorgt echter wel vaak voor een ‘saaie’ foto. Probeer eens om de persoon die je wilt portretteren niet in het midden van je uitsnede te zetten.

Een goede tip is om vertrouwd te raken met de regel van derden.  We hebben er al eerder over geschreven. Stel je eens een 3 × 3 vlakverdeling voor die je denkbeeldig over de foto legt. Wat je moet doen is het onderwerp op de kruising van twee van deze lijnen plaatsen. Dit houdt het onderwerp uit het midden van de foto en maakt het beeld dynamischer. Mocht je nog niet eerder met de regel van derden werken, begin er dan alsnog mee. Je zult echt versteld staan hoeveel beter je portret foto’s (maar ook algemene foto’s) eruit komen te zien. In de voorbeeldfoto is het kader aangesneden, dus niet het hele voorhoofd is te zien. Ook dit is een manier om te voorkomen dat de foto statisch wordt. Dit is echter geen wet, dus wil je toch liever het hele hoofd in beeld? Alles mag.

Het helpt als je de ogen plaatst op het snijpunt van een van de rasterlijnen.

Regel van derden toepassen in portretfotografie. Credits: Dee’lite


Kies eens een andere hoek
Vaak worden portretfoto’s netjes recht van voren geschoten. Verander voor een andere foto eens van invalshoek. Neem hem eens wat meer van boven, of ga juist eens iets lager zitten. De verandering in perspectief kan verrassende foto’s opleveren. Maar let wel op dat de foto nog steeds flatteus is voor het model. Een te lage foto kan onderkinnen geven, een te hoge foto brengt het hoofd te groot in beeld in relatie tot het lichaam.

Kies eens een andere hoek. Credits: Anne Aerts

Uitsnede
Om te voorkomen dat een persoon ‘verloren’ gaat in de achtergrond, kun je kiezen voor een krappe uitsnede, dit betekent: lekker dicht op het onderwerp. Als het onderwerp een groot deel van het beeld vult, is het effect van het portret vaak groter.

Kies een groot diafragma (klein getal)
Bij portretfoto’s wil je dat je onderwerp (het gezicht) als het ware los komt van de achtergrond.  Het is dan mooi als de achtergrond niet teveel details bevat, maar juist een beetje vervaagd wordt. Heel simpel: je kiest voor een grote diafragma-opening (let op: dit is een klein getal! Een F waarde van F/2.8-F/4lens).

Let op de zon
Let er bij het fotograferen buiten op dat het gezicht van je model niet richting de zon staat, anders loop je het risico dat hij/zij met samengeknepen ogen op de foto staat. Hard licht zorgt ook voor donkere schaduwen. Schaduwen versterken rimpels en kunnen delen van het gezicht ongewenst donker maken. Probeer hard licht zoveel mogelijk te vermijden, maar als je toch op zonnige dagen fotografeert, let er dan op. Laat het gezicht bijvoorbeeld iets draaien, of zoek iets meer schaduw op.

Je kunt ook wachten op een bewolkte dag. Het licht is dan diffuus, de wolken fungeren als een soort softbox. Ze verspreiden en verzachten het zonlicht en geven een egaal resultaat. Je hebt hierdoor minder kans op lichtvlekken op gezicht en huid en minder last van donkere schaduwen.
Als algemene is het beste natuurlijke licht te vinden is in de uren na zonsopkomst en voor zonsondergang. Gedurende deze tijd lijkt het licht bijna goud. Het wordt daarom ook wel het ‘gouden uur’ genoemd. Gebruik dit in je voordeel.

Flitsen
Als harde verlichting onvermijdelijk is, is het tijd om te flitsen. Veel fotografen verwaarlozen het gebruik van flitsers op zonnige dagen. Deze flits verzacht echter (harde) schaduwen in je portret en produceert een veel aangenamer resultaat. Het gebruik van de flitser in combinatie met (hard) daglicht  wordt een invulflits genoemd. De flitser die standaard op de meeste digitale camera’s zit is voldoende om een klein positief effect te hebben op je portret fotografie. Het gebruik van een krachtige, externe flitser biedt nog veel meer mogelijkheden.

Flitslicht is het enige licht waarop jezelf invloed kunt uitoefenen bij het maken van portretten in de buitenlucht. Doe er je voordeel mee!


Deze tips zijn afkomstig van De Fotokunst Galerie

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen